Mestonderzoek

icoon-paard-blauw

Mestonderzoek is het bestuderen van verse paardenmest op de aanwezigheid van wormeitjes. Er wordt gekeken naar de soort eitjes en in welke hoeveelheden ze worden uitgescheiden. De uitslag wordt uitgedrukt in EPG (aantal wormeitjes per gram mest). De uitslag geeft een goede indicatie van de hoogte van de wormuitscheiding van je paard.

Mestonderzoek áltijd per individueel paard.

Waarom mestonderzoek

Het komt steeds vaker voor dat wormen niet meer gevoelig zijn voor bepaalde ontwormingsmiddelen. Samen moeten we ervoor zorgen dat er zo min mogelijk resistentie ontstaat. De problemen zijn simpelweg niet te overzien als paarden niet (meer) te behandelen zijn bij worminfecties. Resistentie is het beste in de hand te houden door op het juiste tijdstip met het juiste middel te ontwormen. Dit is de reden dat ontwormingsmiddelen niet meer vrij verkrijgbaar zijn en je paardenarts mestonderzoek aanraadt voordat je je paard ontwormt. Ontwormen op basis van mestonderzoek zorgt ervoor dat alleen de paarden ontwormd worden die ook daadwerkelijk een te hoge ei-uitscheiding hebben. Bovendien is het onnodig ontwormen vanuit mijn visie niet enkel gevaarlijk voor de mogelijke resistentie, maar ook voor de extra belasting die het paardenlichaam onnodig te verduren krijgt. De allerbelangrijkste reden is uiteraard om inzicht te krijgen in de gezondheid van je paard en schade te voorkomen van maagdarmwormen.

Ei-uitscheiding wordt mede bepaald door de weerstand die het paard heeft opgebouwd.

Wanneer mestonderzoek

Mestonderzoek voer je het liefst vier keer per jaar uit om goed inzicht te krijgen in de wormgevoeligheid van je paard. In het najaar en in de winter kan mestonderzoek een vals negatieve uitslag geven omdat sommige wormen dan in winterslaap zijn en geen eieren uitscheiden. Een negatief mestonderzoek in het najaar of in de winter betekent dus niet dat een paard geen wormbesmetting heeft, maar alleen dat de aanwezige wormen geen eieren uitscheiden. 

Wanneer ontwormen

In de regel ontworm je enkel als de uitslag van het mestonderzoek een (te) hoge eiuitscheiding aangeeft. Echter, is er voor mij persoonlijk één grote uitzondering: namelijk, ‘standaard’ één keer per jaar ná de eerste échte nachtvorst met een middel dat in ieder geval tegen horzellarven (en lintworm) werkt. Uit dissecties is gebleken dat paarden die op basis van mestonderzoek geen verhoogde eitelling hadden, toch een (zware) besmetting met horzellarven hadden. De symptomen van een horzellarve besmetting kunnen ontstekingen aan de mond, tong en maag veroorzaken. Minder bekend zijn problemen als diaree, bloedarmoede of koliek. Een pijnlijke aandoening dus!
Als je je paard hebt ontwormt zegt dit niet direct dat de wormkuur ook voldoende heeft gewerkt. Controleer daarom twee weken na toediening van de wormkuur nogmaals de mest om te controleren of de wormkuur is aangeslagen.

Horzeleitjes op een onderbeen

Horzellarven in de maag

Maagwand beschadiging door horzellarven

Bronvermelding: EquineStudies.nl

Een paard moet de gelegenheid krijgen om natuurlijke immuniteit (weerstand) tegen wormen op te bouwen. Te vaak ontwormen maakt dit onmogelijk. 

Preventie

Wormen zijn áltijd in je paard aanwezig. Om een belastende wormbesmetting te voorkomen kun je veel preventieve maatregelen treffen

1. In de levenscyclus van de worm speelt de weide een hele belangrijke rol. Paarden die besmet zijn met wormen scheiden met de mest wormeitjes uit die na een tijd als larven met het gras weer worden opgenomen. Goed weidemanagement is cruciaal om de besmetting laag te houden. 
  Verwijder daarom minstens twee keer per week de mest uit de weide. 
ᴥ Laat de paarden slechts twee à drie weken op hetzelfde stuk grazen, waarna je ze omweid of pas stripbegrazing toe. Elke dag een strook vers gras erbij voorkomt dat paarden in de buurt van besmette mest gaan eten. 
Laat een andere diersoort, zoals bijvoorbeeld schapen, in de late winter en vroege voorjaar op het ‘oude’ stuk grazen. Door herkauwers zal het aantal infectieuze larfjes voor paarden op deze weide sterk afnemen. Ze kunnen elkaar niet besmetten. Echter kunnen herkauwers wel drager zijn van de leverbot parasiet! 
ᴥ Zorg dat er vóór het omweiden een mestonderzoek gedaan is en dat er, indien nodig, ontwormd is. Dan komen er zo min mogelijk eieren op de schone weide terecht.
ᴥ  Indien er een nieuw paard op de weide komt, zorg ervoor dat je uitsluit dat het paard een worminfectie met zich mee draagt.

2. In de zomer en begin van het najaar kun je horzeleitjes aantreffen op de vacht van je paard. Deze gele kleine puntjes vind je vooral op de benen. Verwijder ze met regelmaat met een schuurblokje of speciaal daarvoor bedoelde mesjes. Of gewoon met een beetje spuug…ze laten immers ook los als je paard eraan likt. Op deze manier komen ze in de maag terecht waar ze lekker overwinteren. In het late voorjaar verlaten ze via de mest het paardenlichaam, kruipen in de grond en ontpoppen zich tot een volwassen horzel. 

3. Zorg voor een goede hygiene. Maak met regelmaat je materiaal schoon; voerbakken, drinkbakken, kruiwagens, mestvorken etc. Een hele belangrijke regel: houdt mest- en voerkruiwagens gescheiden. Investeer in een extra kruiwagen om overdracht te voorkomen. Spoel-, en aarsworminfecties kunnen in tegenstelling tot andere wormsoorten ook in stallen en paddocks optreden. Maak dus met regelmaat je stal écht schoon. Er zijn prachtige (biologische) middelen hiervoor beschikbaar. Kijk eens op de site van https://agriton.com. 

3. Composteer je mest(hoop). Door je mest te composteren is deze weer bruikbaar voor je weiland. Een win-win situatie! De hitte in de mest zorgt ervoor dat de eitjes en larven dood gaan. Bovendien kun je op een mesthoop ideaal pompoenen kweken. Niet alleen de pompoen is een ware traktatie voor je paard, ook de zaden zijn wormdrijvend. 

4. Kruiden zijn geweldig om in te zetten om de darmgezondheid van je paard positief te beïnvloeden. Kruiden doden zeker geen wormen. Ze zorgen wel voor een betere darmgezondheid waardoor je paard minder gevoelig is voor een worminfectie. 

5. Verdiep je in de wondere wereld van wormen. Hoe meer je erover weet, hoe sneller je wormen- en besmetting symptomen herkent en kunt ingrijpen. 

6. Verbeter de biodiversiteit op je weide voor o.a. de mestkever. Mestkevers openen mestballen waardoor deze verspreidt worden en sneller indrogen. Hierdoor sterft de worminfectie af. Daarbij liften vliegen-etende mijten met de kevers mee tussen de verschillende mesthopen. De mijten eten de eitjes en larfjes van vliegen. Je krijgt er dus een gratis natuurlijke bestrijding van de vliegen bij op je weiland! 

Mestonderzoek ondersteunt

  • gezonde darmflora
  • voorkomen van resistentie
Vragen

over
mestonderzoek?